Bij de certificering van (digi)taalhuizen en taalnetwerken worden zeven normen gebruikt die op basis van het INK-model zijn uitgewerkt. In de normen zijn de meest essentiële thema’s/maatstaven benoemd om de kwaliteit en toekomstbestendigheid van een organisatie of taalnetwerk te bepalen. Per norm zijn er indicatoren (stellingen), waarbij heel feitelijk inzichtelijk wordt gemaakt wat een organisatie al doet of heeft (gedaan). Op die manier wordt concrete informatie verzameld die een eerste, verkennend beeld geven.
De auditoren toetsen de normen 1 tot en met 7 met drie of vier beoordelingsvragen. De auditoren scoren deze beoordelingsvragen aan de hand van de bevindingen tijdens de auditdag(en) met Niet, Beperkt, Grotendeels of Volledig.